De positie van de statutair bestuurder in de Wet werk en zekerheid

De positie van de statutair bestuurder in de Wet werk en zekerheid

Een statutair bestuurder is een persoon die door de aandeelhouders (of soms de raad van commissarissen) van een vennootschap als bestuurder benoemd is. De rechtsverhouding tussen de vennootschap en de statutair bestuurder wordt gekenmerkt door het feit dat de bestuurder zowel een vennootschapsrechtelijke als een arbeidsrechtelijke rechtsverhouding heeft met de vennootschap. Hierdoor bevindt de statutair bestuurder zich in een andere positie dan de gewone werknemer. De Wet werk en zekerheid heeft nieuwe regels gecreëerd voor werkgevers en werknemers. Dit artikel gaat nader in op de positie van de statutair bestuurder door de invoering van de Wet werk en zekerheid.

Het ontslag van een statutair bestuurder

De bijzondere positie van de statutair bestuurder blijkt onder andere in geval van een ontslag. Bij een voornemen tot ontslag dient de statutair directeur eerst te worden gehoord tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders. De Hoge Raad heeft in 2005 bepaald dat het einde van de vennootschaprechtelijke verhouding tussen de vennootschap en de bestuurder, ook het einde van de arbeidsovereenkomst betekent. Dit is slechts anders indien partijen anders zijn overeengekomen of als er sprake is van een opzegverbod. Door de Wet werk en zekerheid is deze regel gecodificeerd in de wet. Uit artikel 7:671 lid 1 sub e BW blijkt met zoveel woorden dat er geen voorafgaande toestemming van het UWV of de kantonrechter vereist is bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de statutair bestuurder.

De ontslagvergoeding van een statutair bestuurder

Sinds 1 juli 2015 heeft de statutair bestuurder, net als de gewone werknemer, recht op een transitievergoeding en eventueel een billijke vergoeding indien er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De billijke vergoeding speelt ook een rol indien er geen redelijke grond is voor opzegging van de arbeidsovereenkomst of als niet is voldaan aan de herplaatsingsverplichting.

In de praktijk zie je dat de statutair bestuurder en de vennootschap vaak een gouden handdruk regeling overeengekomen. Deze regeling bevat een vergoeding in geval van ontslag van de statutair bestuurder. De gouden handdruk regeling blijft mogelijk onder de Wet werk en zekerheid. Het is wel van belang om uitdrukkelijk overeen te komen dat de vergoeding tevens de transitievergoeding omvat.

Bedenktermijn vaststellingsovereenkomst

Sinds 1 juli 2015 bestaat voor de werknemer de wettelijke bedenktermijn bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. De bedenktermijn biedt de werknemer de mogelijkheid om binnen twee weken na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst deze overeenkomst te ontbinden. De wettelijke bedenktermijn geldt echter niet voor de statutair bestuurder. De gedachte hierachter is dat de statutair bestuurder na ontslag geen herstel van de arbeidsovereenkomst kan vorderen bij de rechter. Hierdoor ligt het niet voor de hand om de statutair bestuurder wel de mogelijkheid te geven om een beroep te doen op de wettelijke bedenktermijn. Wel blijft de mogelijkheid om een beroep te doen op de wettelijke vernietigingsgronden zoals dwaling en bedrog bestaan.

Opzegging met instemming

Onder de WWZ geldt er een nieuwe manier van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, namelijk de opzegging van de arbeidsovereenkomst met instemming van de werknemer. Indien de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging van het dienstverband, dan kan de werknemer de instemming binnen twee weken herroepen. Voor de statutair bestuurder is echter geen instemming vereist voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst, waardoor de statutair bestuurder ook niet het recht heeft om de instemming te herroepen.

De ketenregeling

Door de Wet werk en zekerheid is de ketenregeling aangepast. Nu geldt dat bij opeenvolgende arbeidsovereenkomsten na twee jaar of bij de vierde arbeidsovereenkomst automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Er ontstaat pas een nieuwe keten na een onderbreking van minimaal zes maanden.

De mogelijkheden voor de werkgever en de gewone werknemer om hiervan af te wijken zijn beperkt. Voor de statutair bestuurder geldt echter een ruimere afwijkingsmogelijkheid. Deze afwijkingsmogelijkheid houdt in dat de cao of de arbeidsovereenkomst kan afwijken kan van de maximumperiode van twee jaar. Er bestaat echter geen afwijkingsmogelijkheid voor het maximum aantal arbeidsovereenkomsten. Dit leidt ertoe dat het mogelijk is om met een statutair bestuurder drie arbeidsovereenkomsten van ieder vier jaar te sluiten, zonder dat hierdoor automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.

Conclusie

De statutair bestuurder heeft gelet op de vennootschapsrechtelijke en arbeidsrechtelijke verhouding met de vennootschap een bijzondere positie. De inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid laat de bijzondere positie van de statutair bestuurder in stand. Voor de statutair bestuurder gelden echter afwijkende regels met betrekking tot de wettelijke bedenktermijn bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst en de ketenregeling.