Uitspraak over de arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd

Uitspraak over de arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd

Op 4 augustus 2015 heeft het gerechtshof Den Bosch geoordeeld in een geschil tussen een werkgever en een werknemer over de uitleg van de arbeidsovereenkomst.

In deze zaak was de werknemer in dienst getreden bij de werkgever op basis van een aanstelling van 40 uur per week. De arbeidsovereenkomst bevatte in artikel 1 de bepaling dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor “een bepaalde tijd”, zonder dat daarbij nader is aangegeven wanneer de arbeidsovereenkomst zal eindigen.

Bij brief heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Daarbij werd vermeld dat de werknemer tot het einde van de arbeidsovereenkomst niet meer zou worden opgeroepen.

De werknemer heeft vervolgens de nietigheid van de opzegging ingeroepen wegens het feit dat voor de opzegging geen toestemming was verleend door het UWV. Nadat het loon niet langer werd betaald, heeft de werknemer een loonvordering ingesteld bij de kantonrechter. Aan deze vordering heeft werknemer, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat die niet rechtsgeldig is geëindigd. Daarom is de werkgever volgens de werknemer gehouden het overeengekomen loon door te betalen. De kantonrechter heeft de werkgever veroordeeld tot betaling van het loon, de wettelijke rente en 50% wettelijke verhoging. De werkgever heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om vernietiging van het vonnis van de kantonrechter.

In hoger beroep oordeelt het gerechtshof als volgt. Uit de arbeidsovereenkomst blijkt in het geheel niet wanneer deze eindigt, niet na verloop van zekere tijd, noch na voltooiing van een specifiek werk. De werkgever heeft er terecht op gewezen dat het voor de uitleg van een overeenkomst niet uitsluitend aankomt op de tekst van de overeenkomst, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Werkgever heeft op dit punt verwezen naar een schriftelijke verklaring van een getuige en naar een tweetal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met andere werknemers. De naam van de getuige doet echter vermoeden dat het familie betreft van de werkgever. Zonder nadere toelichting over de omstandigheden waaronder de overeenkomst tot stand is gekomen en zonder getuigenverhoor maakt de schriftelijke verklaring niet voldoende aannemelijk dat met werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan. De omstandigheid dat de werkgever op een bepaalde wijze contracteert met andere werknemers zegt niets over de afspraken die tussen werkgever en werknemer in deze arbeidsovereenkomst zijn gemaakt.

Het hof oordeelt dan ook dat er niet is aangetoond dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zodat moet worden geoordeeld dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd was aangegaan. Het vonnis van de kantonrechter wordt vervolgens door het hof bekrachtigd.

Conclusie

Indien een werkgever een arbeidsovereenkomst wil sluiten voor bepaalde tijd is het van groot belang dat er een einddatum in de arbeidsovereenkomst staat. Indien een einddatum ontbreekt en niet kan worden bewezen dat er daadwerkelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, bestaat het risico dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.